Grenzeloze verbondenheid
In een wereld vol extremen zoeken we naar nieuwe vormen van verbinding
N.B. Dit jaar pakken we het anders aan bij de TrendRede. Omdat het zulke turbulente tijden zijn, vonden we de oplossing in een artikel per maand. Deze artikelen worden geschreven door 8 verschillende toekomstprofessionals met elk hun eigenkijk op het vakgebied en natuurlijk op de situatie waarin we nu zitten. In december reflecteren we op hun bijdragen.
Het tweede artikel is van de hand van is Evelien Dieleman. Evelien is oprichter van TrendCult, het trendonderzoek- en strategiebureau dat kijkt naar het heden en de toekomst.
In trendonderzoek probeer je je ogen en oren continu open te houden voor alles wat er om je heen gebeurt. Maatschappelijke manifestaties doorgronden en de betekenis ervan begrijpen. Dat is de essentie. En precies daar wringt het. We leven in een tijd die steeds complexer wordt. Deze ontwikkeling signaleren we al jaren, maar de transformatie uit zich nu op zijn scherpst. De samenleving wordt langs alle kanten uitgedaagd: politiek daagt ons uit, tech daagt ons uit en er wordt gerommeld aan menselijke normen en waarden. Maar deze uitdagingen bieden ook perspectief: we zoeken naar nieuwe vormen van verbinding en ontmoeting. We hunkeren naar de kracht van menselijke interactie en de schoonheid van samenzijn.
Het pornhub-effect
Extreem wordt steeds extremer. Zichtbaar van mondiaal tot individueel niveau, en voelbaar in de breedte van onze mentale gesteldheid tot het klimaat. Internationale afspraken worden genegeerd of tenietgedaan. In mei worden opnieuw weerrecords in Nederland verbroken; te nat en te heet. We beginnen eraan te wennen en dat wordt ook wel het pornhub-effect genoemd: wat als extreem werd beschouwd, zijn we normaal gaan vinden. Excessen deden ons voorheen verwonderen, want ze kwamen niet zo vaak voor. Er moet namelijk heel wat gebeuren voordat een escalatie zich maatschappelijk uit. Daar komt bij dat Nederland niet een typisch ‘staakland’ is, protesten bleven nog aardig onder de pet of vonden op kleine schaal plaats.
Deze maatschappelijke excessen zijn voor trendonderzoekers interessant om te duiden, het geeft een beeld van wat er leeft. Waar ze voorheen uniek waren, kijken we tegenwoordig niet meer op van ‘weer’ een opstand of een gebeurtenis die viraal gaat. We uiten ons steeds meer verbaal. Opstand is van alle dag. Eind vorig jaar was de landelijke actieweek ‘Niet in Mijn Naam’ van Oxfam Novid ongekend populair. Het was een breed online tegengeluid van mensen en organisaties die de stilte over het geweld in Gaza wilden doorbreken. Toch bleef het te stil in politiek Nederland. Als gevolg ging in mei meer dan 100.000 man de straat op. Doorsnee Nederland kleurde Den Haag rood.
Struisvogelstrategie
Waar de een de strijdbijl oppakt, wordt deze door de ander begraven. We zoeken vrede en rust, maar we neigen ook naar ongevoeligheid of sluiten ons af voor wat er in de wereld gebeurt. Nieuwsmijding wint aan terrein en de filterbubbel voelt best comfortabel. Of we sluiten social media-accounts in een zoektocht naar digitale rust. We kiezen voor meer grip en gaan weg van de afleiding en verleiding. Initiatieven zoals Mei Social VRIJ helpen mensen om gezamenlijk af te kicken van socialmediaverslaving, en dat steuntje in de rug hebben we blijkbaar nodig. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn over het digitale kruimelspoor dat we achterlaten: techgiganten dringen steeds verder ons persoonlijke leven binnen. Dat onze data niet veilig is, weten we al jaren, maar omdat het effect van die verhandelde data vaak niet direct zichtbaar is, ondernemen we bar weinig actie. Toch zetten we ook hier kleine stapjes. We kiezen voor Signal en verlaten WhatsApp. Al is het voor het merendeel lastig om deze overstap echt te maken. Meta’s recente aankondiging dat onze persoonlijke verhalen en foto’s op Instagram en Facebook gebruikt worden om AI-bots te trainen, lijkt wél meer urgentie op te roepen, alhoewel ook hier geldt dat het directe nadelige effect moeilijk voelbaar is.
Grenzen bewaken en verleggen
Worstelend door deze brij aan extremen, denk ik dat we onze grenzen opnieuw aan het definiëren zijn. Wat laten we nog wel toe? Wanneer staan we op onze strepen? Op nationaal niveau zien we dat voor velen de grens is bereikt. We pikken het niet meer en togen massaal naar het Malieveld. Ook op individueel niveau markeren we onze grenzen. We durven te starten met stoppen van verslavingen en we laten sociale druk steeds minder toe. Ouders leren hun kinderen al snel het zinnetje ‘Stop, hou op’. We geven onze grenzen aan. De Volkskrant schreef laatst over het woord invasief. Invasief wordt in de volksmond steeds meer gebruikt, terwijl het voorheen een strikt medische term was. Invasief is zogezegd het nieuwe grensoverschrijdend, want we bakenen onze persoonlijke grenzen steeds meer af en houden buiten wat ongewenst is.
Paradoxaal genoeg verleggen we ook steeds vaker onze grenzen, en juist daarin duikt de hang naar extremiteit weer op. Op mondiaal vlak worden grenzen letterlijk ter discussie gesteld. En op moreel vlak mag je niet meer zijn wie je bent, zo worden reizen naar Amerika op dit moment zelfs afgeraden voor LHBTQ+. De Hyrox-hype, waarbij je afwisselend hardloopt en fitnessoefeningen doet, en de opkomst van ultramarathons zijn treffende voorbeelden van deze extremiteit, waarbij onze fysieke uithouding tot het uiterste wordt getest. Maar deze extremen worden ook aan limieten gelegd. Hoeveel harder kunnen we nog sprinten? Hoeveel hoger kunnen we springen? Niet veel blijkt uit onderzoek, al is de grens van het maximale kunnen van de mens moeilijk te bepalen. En waar trekken we zelf de grens?
Samenzijn verbindt
In al deze extremiteit zoeken we naar houvast. We zoeken steun bij elkaar. We zoeken naar manieren om onze identiteit te vormen door van meerdere communities tegelijkertijd te proeven. Of dat nu Hyrox is, een breiclub of kookgroep, het kan allemaal tegelijkertijd.
Deze opmars aan gemeenschapszin is zichtbaar in gedeelde hobby’s, in duurzame publieke ruimtes, in sportplatforms zoals Strava die sociale interactie weer centraal zetten. We willen weer sámen zijn. Niet in de schreeuw van sociale media, maar in de stilte van verbinding. De bibliotheek wordt opnieuw een plek van ontdekking. Het plein, het park, de sportclub, ze worden opnieuw ingericht als ankerpunten voor collectieve ervaring.
We sluiten ons aan bij communities om onze culturele identiteit te vormen. Wie ben ik, waar hoor ik bij, en met wie kan ik delen? Mensen zoeken elkaar op, koesteren spontane momenten samen. Leesgroepen, samen hobby’s oppakken, samen lezen in het park. Platforms als The Offline Club bieden letterlijk een adempauze in het digitale geweld. Vakantieliefdes bloeien weer op en we zoeken naar creatieve manieren om dates buiten de datingsapps te vinden, zoals de datingmuur in New York.
Wat op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt, grenzeloosheid én verbondenheid, blijkt juist de kern van deze tijd. We rekken op wat mogelijk is, maar zoeken tegelijk, of als gevolg, naar de rust van het bekende. We willen vrij zijn, maar niet stuurloos. De nieuwe tijd vraagt niet om hokjes, maar om kaders. Niet om controle, maar om richting. In dat spanningsveld ontstaat een nieuwe vorm van samenleven. Eén die beweegt, meebeweegt en verbindt.



